Bevrijding en Engelse inkwartiering
Van betonfabriek tot legerkamp
De Tweede Wereldoorlog raakt ook het jonge betonbedrijf aan de Vorleweg hard. In de eerste oorlogsjaren komt de productie stil te liggen door gebrek aan grondstoffen. Johan Arts probeert het bedrijf overeind te houden, zelfs met creatieve oplossingen zoals het bouwen van een gasgenerator om zijn vrachtwagen rijdend te houden. Hiermee rijdt hij onder meer naar Lisse en Hillegom – vermoedelijk om bloembollen te vervoeren.

In september 1944 nadert de bevrijding. Tijdens Operatie Market Garden trekken geallieerde troepen door Brabant, op weg naar de brug bij Arnhem. Mill komt daarbij rechtstreeks in de frontlijn te liggen. Eerst nemen Duitse soldaten bezit van het terrein van de firma Arts, kort daarop gevolgd door Britse troepen.
Wat volgt is een opmerkelijke periode: het bedrijfsterrein verandert in een compleet militair kampement. Er is een keuken, kapper, dokter en aalmoezenier aanwezig. Tanks staan geparkeerd tussen de gebouwen. Voor de kinderen van het gezin Arts is het een spannende en gedenkwaardige tijd. Ze brengen hun dagen door tussen de militairen, eten "spierballenpap" met rozijnen en spelen met hulzen van kanonnen.
De Engelsen zijn ook ingekwartierd in het woonhuis van de familie. Ze slapen op zolder, onder het dakbeschot, bij kaarslicht. Tot op de dag van vandaag zouden er nog brandplekken van de kaarsen op het hout zichtbaar zijn – een wonder dat er geen brand is uitgebroken.
Na de bevrijding in september 1944 blijven de Britse militairen nog tot het einde van de oorlog op het terrein. Hun aanwezigheid en het opgestookte hout voor de productie zorgen ervoor dat Johan Arts bij de herstart in 1945 opnieuw van nul moet beginnen. Maar ook dat weet hij te overwinnen.











